“Biologisch is één grote marketingtruc” en andere fabels over biologisch ontkracht

02-04-21 16:57

Steeds meer mensen kiezen voor biologisch. Toch ligt de biologische sector nog regelmatig onder vuur. Vragen als ‘Biologisch is toch niet meer dan een grote marketingtruc?’, ‘Hoezo hebben biologische dieren een beter leven?’ en ‘Biologisch leidt toch tot enorme misoogsten?’ komen nog geregeld voor. In dit artikel ontkrachten we zes hardnekkige fabels over biologisch.

Fabel 1: Biologisch is eigenlijk één grote marketingtruc

Biologisch wordt regelmatig neergezet alsof het niets meer is dan een marketingtruc. Of dit waar is? Daar kunnen we kort over zijn: nee! Biologische boeren telen volgens vier belangrijke internationale waarden: ‘Gezond, Ecologisch, Fair & Verantwoordelijk’. Deze idealen zijn verankerd in Europese regels en wetten, en vormen samen de basis van de biologische werkwijze. Dit betekent dat biologische boeren telen met aandacht voor de bodem, ecosystemen en mensen. In Nederland controleert Skal Biocontrole of deze regels ook daadwerkelijk worden nageleefd door boeren en alle andere partijen in de biologische keten. Skal certificeert onder andere boeren die omschakelen van gangbaar naar biologisch, maar blijft ook daarna toezicht houden. Dit doen ze met jaarlijkse controles, maar ook door bijvoorbeeld langs te komen op onaangekondigde momenten om te controleren of het bedrijf ook echt aan alle regels en wetten voor biologisch voldoet. Je kunt er daarom vanuit gaan dat biologische producten ook écht met respect voor de natuur zijn geteeld. Biologisch is dus geen marketingtruc!

Fabel 2: Biologische akkerbouw is slechter voor de natuur

Een veelvoorkomende aanname is dat biologische akkerbouw slechter voor de natuur is, omdat er meer grond nodig is voor dezelfde opbrengst. Biologische gewassen groeien zonder kunstmest en krijgen de tijd om te groeien, waardoor een biologische boer meer ruimte nodig heeft om dezelfde opbrengst te genereren als een niet-biologische boer. Als je kijkt naar het totale plaatje, dan zie je dat biologische boeren juist zo goed mogelijk samenwerken met de natuur. Neem bijvoorbeeld de bodem: de bodem is de basis voor de biologische boer; hij zorgt voor een bodemleven met veel biodiversiteit. Dat doet de boer door zijn bodem enkel te voeden met natuurlijke mest en compost. Biologische bodems zitten daarom vol met organisch materiaal waar bodemdiertjes goed van kunnen leven, en deze bodemdiertjes zijn weer belangrijk voor de vruchtbaarheid en de waterhuishouding van de bodem. Daarnaast gebruiken biologische boeren geen chemische bestrijdingsmiddelen, doen ze aan vruchtwisseling en maken ze minder intensief gebruik van het land. Hierdoor zijn biologische akkers de perfecte plek voor een grote verscheidenheid aan insecten, en deze insecten zijn op hun beurt weer belangrijk voedsel voor boerenlandvogels. Op deze manier werkt de biologische boer aan het behoud van de natuur en biodiversiteit, en daarmee houdt deze fabel niet langer stand.

Fabel 3: Bij biologisch zijn er vaak misoogsten en dat zorgt voor veel voedselverspilling

Een andere fabel over biologisch boeren is dat het leidt tot meer voedselverspilling, omdat er vaker misoogsten zijn. Gewassen van biologische boeren zouden vatbaarder zijn voor ziekten en plagen omdat zij geen pesticiden, kunstmest en gentechnologie gebruiken. Ook deze conclusie is onjuist. Biologische boeren gebruiken alleen andere, natuurlijke technieken om ziekten en plagen tegen te gaan, zoals vruchtwisseling. De boer teelt hierbij steeds andere gewassen op een stuk grond, waarbij gewassen die veel van de ene voedingsstof vragen, afgewisseld worden met gewassen die juist veel van een andere voedingsstof nodig hebben. Dit is heel goed voor de bodem, en de boer spreidt de risico’s door de grotere diversiteit in gewassen. Een andere techniek om de kans op misoogsten te verkleinen is het werken met robuuste rassen: gewassen met een natuurlijke weerstand tegen ziektes. Ook dit zorgt voor minder oogstverlies. Biodynamische boeren gaan zelfs nog een stapje verder. Zij proberen de kringloop op hun bedrijf zoveel mogelijk te sluiten, waardoor ze (bijna) alle grondstoffen hergebruiken. In deze sector is er dus zelfs nauwelijks tot geen voedselverspilling.

Fabel 4: Biologische dieren leiden helemaal geen beter leven

Een belangrijk uitgangspunt van biologisch is dat de boer zoveel mogelijk rekening houdt met de natuurlijke behoeften en gedragingen van een dier. Biologische veehouders hebben daarom te maken met duidelijke regels rondom dierenwelzijn. Zo zijn uitloop en weidegang verplicht voor elk biologisch gehouden dier. Biologische koeien kunnen lekker zelf buiten grazen, kunnen altijd naar buiten als het weer het toelaat, en hebben meer beweegruimte. Ook binnen hebben de dieren zoveel mogelijk ruimte. Een biologische koe heeft bijvoorbeeld minimaal 6 m2 beweegruimte in de stal, en genoeg stro om lekker te kunnen liggen. Ook voor alle andere dieren binnen de biologische veehouderij gelden strenge wetten en regels waardoor ze een beter leven hebben. Door te kiezen voor biologische dierlijke producten, kies je dus voor strenge eisen op het gebied van dierenwelzijn.

Fabel 5: Biologisch uit de supermarkt is niet echt biologisch

Ga jij graag naar de markt, de biologische speciaalzaak of de supermarkt? Waar je ook boodschappen doet, biologische producten moeten het Europees biologisch keurmerk op de verpakking hebben staan. Dit keurmerk herken je aan het groene ‘blaadje’, en betekent dat het product ook écht biologisch is. Alleen producenten die aan alle regels en wetten van biologisch voldoen, worden gecertificeerd en mogen het keurmerk op hun producten zetten. Dit wordt streng gecontroleerd door Skal Biocontrole. Je kunt dus met een gerust hart je biologische boodschappen doen in de biologische speciaalzaak, maar óók in de supermarkt.

Fabel 6: Ook in biologische producten zitten chemische toevoegingen

Sommige mensen schrikken van een E-nummer op een biologisch product. Zit er dan een chemische toevoeging in? Nee, een E-nummer op de verpakking betekent niet meteen dat er een chemische stof aan toegevoegd is. Er zijn E-nummers van chemische én natuurlijke oorsprong. Je raadt het al: biologische producten bevatten nooit chemische E-nummers, zoals kunstmatige geur-, kleur- en smaakstoffen. Aan biologische producten mogen wel natuurlijke stoffen worden toegevoegd, zoals kurkuma (E100). Dat wordt wel eens gebruikt als natuurlijke kleurstof in voedingsmiddelen. Omdat alle toevoegingen van natuurlijke oorsprong moeten zijn, is de toegestane lijst van E-nummers in de biologische productie vrij kort. Ook verwerkte producten mogen alleen biologisch heten als deze aan strenge eisen en regels voldoen. Deze regels en wetten worden weer streng gecontroleerd door Skal. Je zult dus geen chemische toevoegingen terugvinden in jouw biologische boodschappen.

Meer weten over biologisch?

Lees hier waar je voor kiest als je biologische producten koopt, wat het verschil is tussen biologisch en biologisch-dynamisch en wat de voordelen zijn voor mens, dier en milieu!

Biologische producten zijn makkelijk te herkennen aan het Europees biologisch keurmerk (het groene ‘blaadje’).

Op de hoogte blijven? Volg Bio lekker voor je op Instagram en Facebook!


vind-ik-leuk(s)